De rol van de Diabetes Liga: vroeger en nu

03/12/2016 - 11:18

Samen met de aandacht voor diabetes en de stijging van het aantal patiënten groeide ook de noodzaak om mensen met diabetes te begeleiden en te informeren. In 1941 werd de allereerste Belgische vereniging voor ‘diabeteslijders’ opgericht.  Prof. em. dr. Raoul Rottiers, erevoorzitter van de Diabetes Liga, schetst de evolutie van die prille vereniging tot wat ze nu, 75 jaar later, is.

foto-pag-2122-en-2324-raoul-rottiers

 

Anno 2015 kijkt niemand nog vreemd op als hij in de krant, het weekblad of op de TV het bericht leest of hoort dat de wereld afstevent op een heuse epidemie van diabetes. In het bijzonder van het type 2 diabetes, vroeger ouderdomsdiabetes genoemd. Nu ook vaker zwaarlijvige jonge volwassenen en zelfs adolescenten door de aandoening worden getroffen is ook de Wereld Gezondheidsorganisatie zich gaan bekommeren om het probleem. Diabetes, dat in Azië zelfs meer dan 10% van de bevolking treft, wordt onder de chronische ziekten wereldwijd stilaan een topper onder de doodsoorzaken.

Rond het midden van de 20ste eeuw was dit niet het geval. Weliswaar kende men de aandoening, maar men was toen hoofdzakelijk bekommerd over de jeugdvorm, nu type 1 genoemd. Die trof vooral jonge kinderen en jonge volwassenen en zorgde door de noodzakelijke en weinig comfortabele insulinebehandeling voor heel wat praktische en financiële problemen. Omdat de toepassing van insuline pas mogelijk werd vanaf de jaren 1920 en naast voedingsvoorschriften toen de enig mogelijke behandeling was, ging alle aandacht in die jaren naar de praktische facetten van de insulinebehandeling en de aanpassing van de voeding. Een zorg die toen uitsluitend in de handen lag van de artsen, ook al was hun kennis en aanpak niet optimaal.

Insulinebevoorrading verzekeren

Een lichtpunt ging uit van de Amerikaanse arts E.P.Joslin die al in 1916 – toen er nog geen insuline beschikbaar was – aandacht vroeg voor het begeleiden en de educatie van de diabetespatiënt en vanaf 1935 hiervan een speerpunt maakte. In België kwam een belangrijk keerpunt in de beginjaren van de tweede wereldoorlog. Door de Duitse bezetting ontstond in België de vrees dat er een tekort zou ontstaan in de bevoorrading van insuline, en dat de voedselschaarste tot een catastrofe zou leiden voor personen met diabetes. Enkele artsen, onder de impuls van Prof.J.P.Hoet, besloten in 1941 een vereniging op te richten die zou instaan voor die twee noden. Ze kreeg de naam mee ‘Vereniging tot bevordering van de belangen der diabeteslijders’. Dankzij die vereniging werd de bevoorrading met insuline verzekerd en werden de suikerbonnen van de voedselbevoorradingsdienst voor diabetici ingeruild tegen meer geschikte vleesbonnen. Na de oorlog bleef de vereniging functioneren als een bron van voorlichting voor alle ‘diabeteslijders’ zoals personen met diabetes toen nog werden genoemd. In 1950 werd ze omgedoopt tot een tweetalige A.B.D. (Association Belge du Diabète – Algemene Belgische Diabetesbond).

Belgische Vereniging voor Suikerzieken

Stilaan groeide aan beide zijden van de taalgrens de consensus dat de belangen van de mensen met diabetes beter zouden gediend zijn met twee afzonderlijke structuren. Zo kon men beter de eigen taalgroep bereiken. Voor nationale, zeg maar federale materies, waar onderhandelingen met de overheid noodzakelijk zijn, blijft men tot op vandaag nauw samenwerken. De Franstalige broeders behielden de oorspronkelijke naam ABD. De Nederlandstalige structuur kreeg de naam mee van ‘Belgische Vereniging voor Suikerzieken’ (B.V.S.), die in 1972 met 2.100 leden officieel van start ging, zijn zetel vestigde in Gent en een eigen tijdschrift uitgaf onder de naam ‘BVS-Nieuws’. Vrij snel ging de BVS over tot decentralisatie met als doel de patiënten met diabetes in het Vlaamse land in hun eigen regio te bereiken. Zo bestaan vandaag 25 plaatselijke afdelingen, gespreid over de vijf Vlaamse provincies, die instaan voor de voorlichting, begeleiding en sociale ondersteuning van zowat 21.000 leden, een tienvoud van het aantal bij de start. Die groei werd o.a. in de hand gewerkt door de evolutie in de opvang en behandelingsmogelijkheden van mensen met diabetes. Dit leidde tot belangrijke activiteiten zoals de verkoop van insulinewegwerpspuiten, urinestrips, bloedstrips, later ook bloedglucosemeters, en insulinepennen; de uitgave van talrijke voorlichtingsbrochures; de deelname aan het BRT-TV-programma ‘Leven met suikerziekte’; het inrichten van vakantiekampen voor jongeren, naast culturele reizen en fietsvakanties voor volwassenen. Sinds de oprichting van de RIZIV-conventie voor type 1 diabetes in 1987 wordt jaarlijks een opleidingscursus georganiseerd ter opleiding van een verpleegkundige, diëtist en podoloog tot diabeteseducator. Dit werd ervaren als een belangrijke mijlpaal in de ondersteuning en begeleiding van personen met diabetes, in teamverband met de artsen. Door het groeiend succes ervan werd die opleiding later toevertrouwd aan een aantal hogescholen.

Van Vlaamse Diabetesvereniging naar Diabetes Liga

In de jaren ’90 barstte diabetes uit zijn voegen. De overschakeling van de insuline met een concentratie van 40E/ml naar die van 100 E/ml in 1991, de allereerste Wereld Diabetes Dag, op initiatief van de IDF en de WGO georganiseerd in 1991, de Europese Sint-Vincent intentieverklaring voor een betere diabeteszorg, het bekend worden van de DCCT-studie over het nut van een intensieve diabetesbehandeling bij type 1 diabetes vereisten het bundelen van veel nieuwe krachten. Die verjonging leidde in 1994 tot een naamsverandering van BVS naar VDV (Vlaamse Diabetes Vereniging) en tot het omdopen van het tweemaandelijks tijdschrift tot ‘Diabetes Info’. De ‘Levenslijnactie voor diabetes’ op VTM in 1996 deed de belangstelling van het grote publiek voor de aandoening sterk groeien, liet de oprichting toe van de gratis Diabetes-Infolijn, die tot op vandaag telefonische ondersteuning geeft aan leden en niet-leden, en gaf het wetenschappelijk diabetesonderzoek in België extra adem. Toen in 1998 de UKPDS-studie verscheen over het nut van intensieve behandeling van personen met type 2 DM verhoogde ook de belangstelling voor die groep, die 90% van de diabetespopulatie uitmaakt.

Vanaf het begin van de 21° eeuw werd om evidente redenen de huisarts – een onmisbare schakel in de begeleiding van type 2 patiënten – betrokken bij de oprichting van het Zorgtraject. Dat verleent sinds 2009 financiële en educatieve hulp aan personen met type 2 DM. Ook het ‘Nationaal project Diabetische Voet’ en ‘Zoet zwanger’ zijn belangrijke pijlers in de diabeteszorg. Het geven van informatie over de talrijke nieuwe geneesmiddelen voor de behandeling van type 2 DM is de meest recente uitdaging voor de VDV. Die gaat sinds 2014 door het leven onder de wat hippere naam ‘Diabetes Liga’. Uiteraard met als blijvend doel het toenemend aantal personen met diabetes te ondersteunen op educatief, sociaal en psychologisch vlak.

Prof. em. Dr. Raoul Rottiers ©